Activeren: Dutch verb conjugation
activeren activeerde geactiveerd
to activate, put into action; render (more) active
/ɑktiˈveːrə(n)/
Conjugation of activeren
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | activeer | activeerde | heb geactiveerd |
| jij, u | activeert | activeerde | hebt geactiveerd |
| hij, zij, het | activeert | activeerde | heeft geactiveerd |
| wij, jullie, zij | activeren | activeerden | hebben geactiveerd |
- Past participle: geactiveerd, with hebben.
Meaning in English
- to activate, put into action; render (more) active
- to enable (to activate a function of an electronic or mechanical device)
Remember activeren with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone