Analyseren: Dutch verb conjugation
analyseren analyseerde geanalyseerd
to analyse, subject to analysis
/aːnaːliˈzeːrə(n)/
Conjugation of analyseren
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | analyseer | analyseerde | heb geanalyseerd |
| jij, u | analyseert | analyseerde | hebt geanalyseerd |
| hij, zij, het | analyseert | analyseerde | heeft geanalyseerd |
| wij, jullie, zij | analyseren | analyseerden | hebben geanalyseerd |
- Past participle: geanalyseerd, with hebben.
Meaning in English
- to analyse, subject to analysis
Remember analyseren with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone