Beveiligen: Dutch verb conjugation
beveiligen beveiligde beveiligd
to protect, secure
/bəˈvɛi̯ləɣə(n)/
Conjugation of beveiligen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | beveilig | beveiligde | heb beveiligd |
| jij, u | beveiligt | beveiligde | hebt beveiligd |
| hij, zij, het | beveiligt | beveiligde | heeft beveiligd |
| wij, jullie, zij | beveiligen | beveiligden | hebben beveiligd |
- Past participle: beveiligd, with hebben.
Meaning in English
- to protect, secure
Remember beveiligen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone