Bevestigen: Dutch verb forms
bevestigen bevestigde bevestigd
to fasten, attach
/bəˈvɛstəɣə(n)/
Conjugation
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | bevestig | bevestigde | heb bevestigd |
| jij, u | bevestigt | bevestigde | hebt bevestigd |
| hij, zij, het | bevestigt | bevestigde | heeft bevestigd |
| wij, jullie, zij | bevestigen | bevestigden | hebben bevestigd |
- Past participle: bevestigd, with hebben.
Meaning in English
- to fasten, attach
- to confirm
Remember bevestigen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone