Skip to content

Binnenlaten: Dutch verb conjugation

binnenlaten liet binnen binnengelaten

to let someone inside

/ˈbɪ.nə(n)ˌlaːtə(n)/

Conjugation of binnenlaten

PersonPresentPastPerfect
iklaat binnenliet binnenheb binnengelaten
jij, ulaat binnenliet binnenhebt binnengelaten
hij, zij, hetlaat binnenliet binnenheeft binnengelaten
wij, jullie, zijlaten binnenlieten binnenhebben binnengelaten

Meaning in English

  1. to let someone inside

Remember binnenlaten with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)