Skip to content

Verkrachten: Dutch verb conjugation

verkrachten verkrachtte verkracht

to rape, to abuse

/vər.ˈkrɑx.tə(n)/

Conjugation of verkrachten

PersonPresentPastPerfect
ikverkrachtverkrachtteheb verkracht
jij, uverkrachtverkrachttehebt verkracht
hij, zij, hetverkrachtverkrachtteheeft verkracht
wij, jullie, zijverkrachtenverkrachttenhebben verkracht
  • Past participle: verkracht, with hebben.

Meaning in English

  1. to rape, to abuse

Remember verkrachten with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)