Vrijkomen: Dutch verb conjugation
vrijkomen kwam vrij vrijgekomen
to get out, to get released
/ˈvrɛi̯koːmə(n)/
Conjugation of vrijkomen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | kom vrij | kwam vrij | ben vrijgekomen |
| jij, u | komt vrij | kwam vrij | bent vrijgekomen |
| hij, zij, het | komt vrij | kwam vrij | is vrijgekomen |
| wij, jullie, zij | komen vrij | kwamen vrij | zijn vrijgekomen |
- Past participle: vrijgekomen, with zijn.
- Vrijkomen is separable: in a main clause the prefix moves to the end, as in “ik kom vrij”. See where the prefix goes in other sentences.
Meaning in English
- to get out, to get released
- become free, become available
- to get released
Remember vrijkomen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone