Waarderen: Dutch verb conjugation
waarderen waardeerde gewaardeerd
to appreciate, to value
/ˌʋaːrˈdeː.rə(n)/
Conjugation of waarderen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | waardeer | waardeerde | heb gewaardeerd |
| jij, u | waardeert | waardeerde | hebt gewaardeerd |
| hij, zij, het | waardeert | waardeerde | heeft gewaardeerd |
| wij, jullie, zij | waarderen | waardeerden | hebben gewaardeerd |
- Past participle: gewaardeerd, with hebben.
Meaning in English
- to appreciate, to value
- to estimate the value of, to appraise
Remember waarderen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone