Skip to content

Afvragen: Dutch verb conjugation

afvragen vroeg af afgevraagd

to wonder

/ˈɑfraːɣə(n)/

Conjugation of afvragen

PersonPresentPastPerfect
ikvraag afvroeg afheb afgevraagd
jij, uvraagt afvroeg afhebt afgevraagd
hij, zij, hetvraagt afvroeg afheeft afgevraagd
wij, jullie, zijvragen afvroegen afhebben afgevraagd

Meaning in English

  1. to wonder

Remember afvragen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)