Skip to content

Concentreren: Dutch verb conjugation

concentreren concentreerde geconcentreerd

to concentrate

/kɔnsɛnˈtreːrə(n)/

Conjugation of concentreren

PersonPresentPastPerfect
ikconcentreerconcentreerdeheb geconcentreerd
jij, uconcentreertconcentreerdehebt geconcentreerd
hij, zij, hetconcentreertconcentreerdeheeft geconcentreerd
wij, jullie, zijconcentrerenconcentreerdenhebben geconcentreerd
  • Past participle: geconcentreerd, with hebben.

Meaning in English

  1. to concentrate
  2. to concentrate (the mind), to focus

Remember concentreren with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)