Skip to content

Neerhalen: Dutch verb conjugation

neerhalen haalde neer neergehaald

to shoot down

Conjugation of neerhalen

PersonPresentPastPerfect
ikhaal neerhaalde neerheb neergehaald
jij, uhaalt neerhaalde neerhebt neergehaald
hij, zij, hethaalt neerhaalde neerheeft neergehaald
wij, jullie, zijhalen neerhaalden neerhebben neergehaald

Meaning in English

  1. to shoot down

Remember neerhalen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)