Skip to content

Verdedigen: Dutch verb conjugation

verdedigen verdedigde verdedigd

to defend

/ˌvərˈdeː.də.ɣə(n)/

Conjugation of verdedigen

PersonPresentPastPerfect
ikverdedigverdedigdeheb verdedigd
jij, uverdedigtverdedigdehebt verdedigd
hij, zij, hetverdedigtverdedigdeheeft verdedigd
wij, jullie, zijverdedigenverdedigdenhebben verdedigd
  • Past participle: verdedigd, with hebben.

Meaning in English

  1. to defend

Remember verdedigen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)