Veroorzaken: Dutch verb forms
veroorzaken veroorzaakte veroorzaakt
to cause
/vərˈoːrˌzaːkə(n)/
Conjugation
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | veroorzaak | veroorzaakte | heb veroorzaakt |
| jij, u | veroorzaakt | veroorzaakte | hebt veroorzaakt |
| hij, zij, het | veroorzaakt | veroorzaakte | heeft veroorzaakt |
| wij, jullie, zij | veroorzaken | veroorzaakten | hebben veroorzaakt |
- Past participle: veroorzaakt, with hebben.
Meaning in English
- to cause
Remember veroorzaken with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone