Beoordelen: Dutch verb conjugation
beoordelen beoordeelde beoordeeld
to evaluate, to assess, to judge
/bəˈoːrdeːlə(n)/
Conjugation of beoordelen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | beoordeel | beoordeelde | heb beoordeeld |
| jij, u | beoordeelt | beoordeelde | hebt beoordeeld |
| hij, zij, het | beoordeelt | beoordeelde | heeft beoordeeld |
| wij, jullie, zij | beoordelen | beoordeelden | hebben beoordeeld |
- Past participle: beoordeeld, with hebben.
Meaning in English
- to evaluate, to assess, to judge
Remember beoordelen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone