Skip to content

Registreren: Dutch verb conjugation

registreren registreerde geregistreerd

to register

/ˌreː.ɣiˈstreː.rə(n)/

Conjugation of registreren

PersonPresentPastPerfect
ikregistreerregistreerdeheb geregistreerd
jij, uregistreertregistreerdehebt geregistreerd
hij, zij, hetregistreertregistreerdeheeft geregistreerd
wij, jullie, zijregistrerenregistreerdenhebben geregistreerd
  • Past participle: geregistreerd, with hebben.

Meaning in English

  1. to register

Remember registreren with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)