Skip to content

Binnenhalen: Dutch verb conjugation

binnenhalen haalde binnen binnengehaald

to bring in

/ˈbɪnə(n)ɦaːlə(n)/

Conjugation of binnenhalen

PersonPresentPastPerfect
ikhaal binnenhaalde binnenheb binnengehaald
jij, uhaalt binnenhaalde binnenhebt binnengehaald
hij, zij, hethaalt binnenhaalde binnenheeft binnengehaald
wij, jullie, zijhalen binnenhaalden binnenhebben binnengehaald

Meaning in English

  1. to bring in
  2. to download

Remember binnenhalen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)