Skip to content

Ontdekken: Dutch verb forms

ontdekken ontdekte ontdekt

to discover

/ɔnˈdɛ.kən/

Conjugation

PersonPresentPastPerfect
ikontdekontdekteheb ontdekt
jij, uontdektontdektehebt ontdekt
hij, zij, hetontdektontdekteheeft ontdekt
wij, jullie, zijontdekkenontdektenhebben ontdekt
  • Past participle: ontdekt, with hebben.

Meaning in English

  1. to discover

Remember ontdekken with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)