Ontdekken: Dutch verb forms
ontdekken ontdekte ontdekt
to discover
/ɔnˈdɛ.kən/
Conjugation
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | ontdek | ontdekte | heb ontdekt |
| jij, u | ontdekt | ontdekte | hebt ontdekt |
| hij, zij, het | ontdekt | ontdekte | heeft ontdekt |
| wij, jullie, zij | ontdekken | ontdekten | hebben ontdekt |
- Past participle: ontdekt, with hebben.
Meaning in English
- to discover
Remember ontdekken with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone