Skip to content

Vergelijken: Dutch verb conjugation

vergelijken vergeleek vergeleken

to compare

/vər.ɣəˈlɛi̯.kə(n)/

Conjugation of vergelijken

PersonPresentPastPerfect
ikvergelijkvergeleekheb vergeleken
jij, uvergelijktvergeleekhebt vergeleken
hij, zij, hetvergelijktvergeleekheeft vergeleken
wij, jullie, zijvergelijkenvergelekenhebben vergeleken
  • Past participle: vergeleken, with hebben.

Meaning in English

  1. to compare

Remember vergelijken with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)