Opgeven: Dutch verb forms
opgeven gaf op opgegeven
to give up, relinquish
/ˈɔpˌxeːvə(n)/
Conjugation
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | geef op | gaf op | heb opgegeven |
| jij, u | geeft op | gaf op | hebt opgegeven |
| hij, zij, het | geeft op | gaf op | heeft opgegeven |
| wij, jullie, zij | geven op | gaven op | hebben opgegeven |
- Past participle: opgegeven, with hebben.
- Opgeven is separable: in a main clause the prefix moves to the end, as in “ik geef op”.
Meaning in English
- to give up, relinquish
- to report, state, indicate (e.g. data in a form)
Remember opgeven with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone