Overmaken: Dutch verb conjugation
overmaken maakte over overgemaakt
to transfer (e.g. an amount from one bank to another)
Conjugation of overmaken
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | maak over | maakte over | heb overgemaakt |
| jij, u | maakt over | maakte over | hebt overgemaakt |
| hij, zij, het | maakt over | maakte over | heeft overgemaakt |
| wij, jullie, zij | maken over | maakten over | hebben overgemaakt |
- Past participle: overgemaakt, with hebben.
- Overmaken is separable: in a main clause the prefix moves to the end, as in “ik maak over”. See where the prefix goes in other sentences.
Meaning in English
- to transfer (e.g. an amount from one bank to another)
- to make over
Remember overmaken with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone