Skip to content

Rechtvaardigen: Dutch verb conjugation

rechtvaardigen rechtvaardigde gerechtvaardigd

to justify, provide an acceptable motivation or explanation

Conjugation of rechtvaardigen

PersonPresentPastPerfect
ikrechtvaardigrechtvaardigdeheb gerechtvaardigd
jij, urechtvaardigtrechtvaardigdehebt gerechtvaardigd
hij, zij, hetrechtvaardigtrechtvaardigdeheeft gerechtvaardigd
wij, jullie, zijrechtvaardigenrechtvaardigdenhebben gerechtvaardigd
  • Past participle: gerechtvaardigd, with hebben.

Meaning in English

  1. to justify, provide an acceptable motivation or explanation

Remember rechtvaardigen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)