Skip to content

Verkiezen: Dutch verb conjugation

verkiezen verkoos verkozen

to prefer

/vərˈkizə(n)/

Conjugation of verkiezen

PersonPresentPastPerfect
ikverkiesverkoosheb verkozen
jij, uverkiestverkooshebt verkozen
hij, zij, hetverkiestverkoosheeft verkozen
wij, jullie, zijverkiezenverkorenhebben verkozen
  • Past participle: verkozen, with hebben.

Meaning in English

  1. to prefer
  2. to elect

Remember verkiezen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)