Verantwoorden: Dutch verb conjugation
verantwoorden verantwoordde verantwoord
to justify, be responsible for
/vəˈrɑntʋoːrdə(n)/
Conjugation of verantwoorden
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | verantwoord | verantwoordde | heb verantwoord |
| jij, u | verantwoordt | verantwoordde | hebt verantwoord |
| hij, zij, het | verantwoordt | verantwoordde | heeft verantwoord |
| wij, jullie, zij | verantwoorden | verantwoordden | hebben verantwoord |
- Past participle: verantwoord, with hebben.
Meaning in English
- to justify, be responsible for
Remember verantwoorden with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone