Skip to content

Uitkiezen: Dutch verb conjugation

uitkiezen koos uit uitgekozen

to select

Conjugation of uitkiezen

PersonPresentPastPerfect
ikkies uitkoos uitheb uitgekozen
jij, ukiest uitkoos uithebt uitgekozen
hij, zij, hetkiest uitkoos uitheeft uitgekozen
wij, jullie, zijkiezen uitkozen uithebben uitgekozen

Meaning in English

  1. to select

Remember uitkiezen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)