Skip to content

Uitleggen: Dutch verb conjugation

uitleggen legde uit uitgelegd

to explain

/ˈœy̯tˌlɛ.ɣə(n)/

Conjugation of uitleggen

PersonPresentPastPerfect
ikleg uitlegde uitheb uitgelegd
jij, ulegt uitlegde uithebt uitgelegd
hij, zij, hetlegt uitlegde uitheeft uitgelegd
wij, jullie, zijleggen uitlegden uithebben uitgelegd

Meaning in English

  1. to explain
  2. to interpret

Remember uitleggen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)