Aanmoedigen: Dutch verb conjugation
aanmoedigen moedigde aan aangemoedigd
to encourage
/ˈaːnˌmudəɣə(n)/
Conjugation of aanmoedigen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | moedig aan | moedigde aan | heb aangemoedigd |
| jij, u | moedigt aan | moedigde aan | hebt aangemoedigd |
| hij, zij, het | moedigt aan | moedigde aan | heeft aangemoedigd |
| wij, jullie, zij | moedigen aan | moedigden aan | hebben aangemoedigd |
- Past participle: aangemoedigd, with hebben.
- Aanmoedigen is separable: in a main clause the prefix moves to the end, as in “ik moedig aan”. See where the prefix goes in other sentences.
Meaning in English
- to encourage
Remember aanmoedigen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone