Onderwerpen: Dutch verb conjugation
onderwerpen onderwierp onderworpen
to subject
/ɔn.dərˈʋɛr.pə(n)/
Conjugation of onderwerpen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | onderwerp | onderwierp | heb onderworpen |
| jij, u | onderwerpt | onderwierp | hebt onderworpen |
| hij, zij, het | onderwerpt | onderwierp | heeft onderworpen |
| wij, jullie, zij | onderwerpen | onderwierpen | hebben onderworpen |
- Past participle: onderworpen, with hebben.
Meaning in English
- to subject
Remember onderwerpen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone