Skip to content

Meewerken: Dutch verb conjugation

meewerken werkte mee meegewerkt

to cooperate

/ˈmeːˌʋɛr.kə(n)/

Conjugation of meewerken

PersonPresentPastPerfect
ikwerk meewerkte meeheb meegewerkt
jij, uwerkt meewerkte meehebt meegewerkt
hij, zij, hetwerkt meewerkte meeheeft meegewerkt
wij, jullie, zijwerken meewerkten meehebben meegewerkt

Meaning in English

  1. to cooperate

Remember meewerken with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)