Ondernemen: Dutch verb conjugation
ondernemen ondernam ondernomen
to undertake (an enterprise)
/ˌɔn.dərˈneː.mə(n)/
Conjugation of ondernemen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | onderneem | ondernam | heb ondernomen |
| jij, u | onderneemt | ondernam | hebt ondernomen |
| hij, zij, het | onderneemt | ondernam | heeft ondernomen |
| wij, jullie, zij | ondernemen | ondernamen | hebben ondernomen |
- Past participle: ondernomen, with hebben.
Meaning in English
- to undertake (an enterprise)
Remember ondernemen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone