Ondervragen: Dutch verb conjugation
ondervragen ondervroeg ondervraagd
to interrogate, to question
/ɔndərˈvraːɣə(n)/
Conjugation of ondervragen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | ondervraag | ondervroeg | heb ondervraagd |
| jij, u | ondervraagt | ondervroeg | hebt ondervraagd |
| hij, zij, het | ondervraagt | ondervroeg | heeft ondervraagd |
| wij, jullie, zij | ondervragen | ondervroegen | hebben ondervraagd |
- Past participle: ondervraagd, with hebben.
Meaning in English
- to interrogate, to question
Remember ondervragen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone