Veroordelen: Dutch verb conjugation
veroordelen veroordeelde veroordeeld
to condemn, convict
Conjugation of veroordelen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | veroordeel | veroordeelde | heb veroordeeld |
| jij, u | veroordeelt | veroordeelde | hebt veroordeeld |
| hij, zij, het | veroordeelt | veroordeelde | heeft veroordeeld |
| wij, jullie, zij | veroordelen | veroordeelden | hebben veroordeeld |
- Past participle: veroordeeld, with hebben.
Meaning in English
- to condemn, convict
Remember veroordelen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone