Skip to content

Tegenkomen: Dutch verb conjugation

tegenkomen kwam tegen tegengekomen

to encounter

Conjugation of tegenkomen

PersonPresentPastPerfect
ikkom tegenkwam tegenben tegengekomen
jij, ukomt tegenkwam tegenbent tegengekomen
hij, zij, hetkomt tegenkwam tegenis tegengekomen
wij, jullie, zijkomen tegenkwamen tegenzijn tegengekomen

Meaning in English

  1. to encounter

Remember tegenkomen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)