Skip to content

Terugvinden: Dutch verb conjugation

terugvinden vond terug teruggevonden

to retrieve

Conjugation of terugvinden

PersonPresentPastPerfect
ikvind terugvond terugheb teruggevonden
jij, uvindt terugvond terughebt teruggevonden
hij, zij, hetvindt terugvond terugheeft teruggevonden
wij, jullie, zijvinden terugvonden terughebben teruggevonden

Meaning in English

  1. to retrieve

Remember terugvinden with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)