Skip to content

Vervoeren: Dutch verb conjugation

vervoeren vervoerde vervoerd

to transport, to move

Conjugation of vervoeren

PersonPresentPastPerfect
ikvervoervervoerdeheb vervoerd
jij, uvervoertvervoerdehebt vervoerd
hij, zij, hetvervoertvervoerdeheeft vervoerd
wij, jullie, zijvervoerenvervoerdenhebben vervoerd
  • Past participle: vervoerd, with hebben.

Meaning in English

  1. to transport, to move

Remember vervoeren with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)