Vervoeren: Dutch verb conjugation
vervoeren vervoerde vervoerd
to transport, to move
Conjugation of vervoeren
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | vervoer | vervoerde | heb vervoerd |
| jij, u | vervoert | vervoerde | hebt vervoerd |
| hij, zij, het | vervoert | vervoerde | heeft vervoerd |
| wij, jullie, zij | vervoeren | vervoerden | hebben vervoerd |
- Past participle: vervoerd, with hebben.
Meaning in English
- to transport, to move
Remember vervoeren with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone