Reserveren: Dutch verb conjugation
reserveren reserveerde gereserveerd
to reserve
/ˌreː.zɛrˈveː.rə(n)/
Conjugation of reserveren
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | reserveer | reserveerde | heb gereserveerd |
| jij, u | reserveert | reserveerde | hebt gereserveerd |
| hij, zij, het | reserveert | reserveerde | heeft gereserveerd |
| wij, jullie, zij | reserveren | reserveerden | hebben gereserveerd |
- Past participle: gereserveerd, with hebben.
Meaning in English
- to reserve
- to book (reserve)
Remember reserveren with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone