Skip to content

Reserveren: Dutch verb conjugation

reserveren reserveerde gereserveerd

to reserve

/ˌreː.zɛrˈveː.rə(n)/

Conjugation of reserveren

PersonPresentPastPerfect
ikreserveerreserveerdeheb gereserveerd
jij, ureserveertreserveerdehebt gereserveerd
hij, zij, hetreserveertreserveerdeheeft gereserveerd
wij, jullie, zijreserverenreserveerdenhebben gereserveerd
  • Past participle: gereserveerd, with hebben.

Meaning in English

  1. to reserve
  2. to book (reserve)

Remember reserveren with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)