Skip to content

Aanwijzen: Dutch verb conjugation

aanwijzen wees aan aangewezen

to point at

/ˈaːnˌʋɛi̯zə(n)/

Conjugation of aanwijzen

PersonPresentPastPerfect
ikwijs aanwees aanheb aangewezen
jij, uwijst aanwees aanhebt aangewezen
hij, zij, hetwijst aanwees aanheeft aangewezen
wij, jullie, zijwijzen aanwezen aanhebben aangewezen

Meaning in English

  1. to point at
  2. to point out, indicate
  3. to appoint, designate

Remember aanwijzen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)