Skip to content

Aanbevelen: Dutch verb conjugation

aanbevelen beval aan aanbevolen

to recommend

/ˈaːm.bəˌveː.lə(n)/

Conjugation of aanbevelen

PersonPresentPastPerfect
ikbeveel aanbeval aanheb aanbevolen
jij, ubeveelt aanbeval aanhebt aanbevolen
hij, zij, hetbeveelt aanbeval aanheeft aanbevolen
wij, jullie, zijbevelen aanbevalen aanhebben aanbevolen

Meaning in English

  1. to recommend
  2. to advocate

Remember aanbevelen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)