Skip to content

Vertalen: Dutch verb conjugation

vertalen vertaalde vertaald

to translate

/vərˈtaː.lə(n)/

Conjugation of vertalen

PersonPresentPastPerfect
ikvertaalvertaaldeheb vertaald
jij, uvertaaltvertaaldehebt vertaald
hij, zij, hetvertaaltvertaaldeheeft vertaald
wij, jullie, zijvertalenvertaaldenhebben vertaald
  • Past participle: vertaald, with hebben.

Meaning in English

  1. to translate

Remember vertalen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)