Skip to content

Beïnvloeden: Dutch verb conjugation

beïnvloeden beïnvloedde beïnvloed

to influence

/bəˈɪnvludə(n)/

Conjugation of beïnvloeden

PersonPresentPastPerfect
ikbeïnvloedbeïnvloeddeheb beïnvloed
jij, ubeïnvloedtbeïnvloeddehebt beïnvloed
hij, zij, hetbeïnvloedtbeïnvloeddeheeft beïnvloed
wij, jullie, zijbeïnvloedenbeïnvloeddenhebben beïnvloed
  • Past participle: beïnvloed, with hebben.

Meaning in English

  1. to influence
  2. to manipulate, to interact

Remember beïnvloeden with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)