Skip to content

Weerhouden: Dutch verb conjugation

weerhouden weerhield weerhouden

to hold back

/ˌʋeːrˈɦɑu̯də(n)/

Conjugation of weerhouden

PersonPresentPastPerfect
ikweerhouweerhieldheb weerhouden
jij, uweerhoudtweerhieldhebt weerhouden
hij, zij, hetweerhoudtweerhieldheeft weerhouden
wij, jullie, zijweerhoudenweerhieldenhebben weerhouden
  • Past participle: weerhouden, with hebben.

Meaning in English

  1. to hold back

Remember weerhouden with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)