Skip to content

Gedragen: Dutch verb forms

gedragen gedroeg gedragen

to behave, to behave oneself

/ɣəˈdraːɣə(n)/

Conjugation

PersonPresentPastPerfect
ikgedraaggedroegheb gedragen
jij, ugedraagtgedroeghebt gedragen
hij, zij, hetgedraagtgedroegheeft gedragen
wij, jullie, zijgedragengedroegenhebben gedragen
  • Past participle: gedragen, with hebben.

Meaning in English

  1. to behave, to behave oneself

Remember gedragen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)