Overeenkomen: Dutch verb conjugation
overeenkomen kwam overeen overeengekomen
to agree
Conjugation of overeenkomen
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | kom overeen | kwam overeen | heb overeengekomen |
| jij, u | komt overeen | kwam overeen | hebt overeengekomen |
| hij, zij, het | komt overeen | kwam overeen | heeft overeengekomen |
| wij, jullie, zij | komen overeen | kwamen overeen | hebben overeengekomen |
- Past participle: overeengekomen, with hebben.
- Overeenkomen is separable: in a main clause the prefix moves to the end, as in “ik kom overeen”. See where the prefix goes in other sentences.
Meaning in English
- to agree
- to correspond to
Remember overeenkomen with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone