Adviseren: Dutch verb conjugation
adviseren adviseerde geadviseerd
to recommend
/ɑtfiˈzeːrə(n)/
Conjugation of adviseren
| Person | Present | Past | Perfect |
|---|---|---|---|
| ik | adviseer | adviseerde | heb geadviseerd |
| jij, u | adviseert | adviseerde | hebt geadviseerd |
| hij, zij, het | adviseert | adviseerde | heeft geadviseerd |
| wij, jullie, zij | adviseren | adviseerden | hebben geadviseerd |
- Past participle: geadviseerd, with hebben.
Meaning in English
- to recommend
Remember adviseren with Spreek
Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.
FreeiPhone