Skip to content

Opvragen: Dutch verb conjugation

opvragen vroeg op opgevraagd

to request, to claim

/ˈɔpˌvraː.ɣə(n)/

Conjugation of opvragen

PersonPresentPastPerfect
ikvraag opvroeg opheb opgevraagd
jij, uvraagt opvroeg ophebt opgevraagd
hij, zij, hetvraagt opvroeg opheeft opgevraagd
wij, jullie, zijvragen opvroegen ophebben opgevraagd

Meaning in English

  1. to request, to claim

Remember opvragen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)