Skip to content

Verdraaien: Dutch verb conjugation

verdraaien verdraaide verdraaid

to twist, to contort

Conjugation of verdraaien

PersonPresentPastPerfect
ikverdraaiverdraaideheb verdraaid
jij, uverdraaitverdraaidehebt verdraaid
hij, zij, hetverdraaitverdraaideheeft verdraaid
wij, jullie, zijverdraaienverdraaidenhebben verdraaid
  • Past participle: verdraaid, with hebben.

Meaning in English

  1. to twist, to contort
  2. to twist, distort (the truth, one's words etc.)

Remember verdraaien with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)