Skip to content

Contacteren: Dutch verb conjugation

contacteren contacteerde gecontacteerd

to contact

/kɔntɑkˈteːrə(n)/

Conjugation of contacteren

PersonPresentPastPerfect
ikcontacteercontacteerdeheb gecontacteerd
jij, ucontacteertcontacteerdehebt gecontacteerd
hij, zij, hetcontacteertcontacteerdeheeft gecontacteerd
wij, jullie, zijcontacterencontacteerdenhebben gecontacteerd
  • Past participle: gecontacteerd, with hebben.

Meaning in English

  1. to contact

Remember contacteren with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)