Skip to content

Aanbieden: Dutch verb conjugation

aanbieden bood aan aangeboden

to offer

/ˈaːnˌbidə(n)/

Conjugation of aanbieden

PersonPresentPastPerfect
ikbied aanbood aanheb aangeboden
jij, ubiedt aanbood aanhebt aangeboden
hij, zij, hetbiedt aanbood aanheeft aangeboden
wij, jullie, zijbieden aanboden aanhebben aangeboden

Meaning in English

  1. to offer
  2. to offer oneself, to volunteer, (in sexual contexts) to solicit

Remember aanbieden with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)