Skip to content

Kwijtraken: Dutch verb conjugation

kwijtraken raakte kwijt kwijtgeraakt

to lose, to cause (something) to cease to be in one's possession or

Conjugation of kwijtraken

PersonPresentPastPerfect
ikraak kwijtraakte kwijtheb kwijtgeraakt
jij, uraakt kwijtraakte kwijthebt kwijtgeraakt
hij, zij, hetraakt kwijtraakte kwijtheeft kwijtgeraakt
wij, jullie, zijraken kwijtraakten kwijthebben kwijtgeraakt

Meaning in English

  1. to lose, to cause (something) to cease to be in one's possession or capability

Remember kwijtraken with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)