Skip to content

Verliezen: Dutch verb forms

verliezen verloor verloren

to lose (possession)

/vərˈlizə(n)/

Conjugation

PersonPresentPastPerfect
ikverliesverloorheb verloren
jij, uverliestverloorhebt verloren
hij, zij, hetverliestverloorheeft verloren
wij, jullie, zijverliezenverlorenhebben verloren
  • Past participle: verloren, with hebben.

Meaning in English

  1. to lose (possession)
  2. to lose (a game), to be defeated

Remember verliezen with Spreek

Spreek keeps the Dutch words you meet, article included, reviews them with you and then has you use them in a spoken conversation.

See what Spreek does

FreeiPhoneDownload on the App Store (opens in a new tab)